vrijdag 10 april 2015
woensdag 8 april 2015
Toneel spelen bij Epicentrum Naaldwijk
Scene uit 'Onder Toezicht' (2001)
'Onder Toezicht' oefenfoto uit krant met Peet Luiten en John Rijsdijk
Het voorjaar van 2002 speelde ik - opnieuw in Theater De Naald - mee in het epos 'De Val van de Goden'. In dat stuk speelde ook onze eigen band Cortege du Sage (klik hier) twee nummers. Een jaar later stond spektakelstuk 'Het Balkon' van Jean Genet op het programma. We wonnen er een regionale toneelprijs mee, waardoor we werden gevraagd de voorstelling dat najaar nog een keer in Leeuwarden op te voeren. En dus reden we dat najaar met het hele gezelschap naar Leeuwarden voor een voorstelling in de Stadsschouwburg. Weer een jaar later in 2004 speelden we op één avond twee voorstellingen van Marina Carr: 'Portia Coughlan' en 'Kattenmoeras'. Ik speelde in 'Portia Coughlan' de rol van Fintan Goolan. Er is nog een oefenfoto met outfit op het podium van Theater De Naald.
Fintan Goolan met de Sunday Independent
In 2005 was de hoofdvoorstelling van Epicentrum het stuk 'De Herinnering'. Ik deed niet mee omdat die voorbereidingen samen op liepen met de organisatie van ons festival 'A Swingin' Affair' op het Wilhelminaplein in Naaldwijk (klik hier). Nog één keer was ik acterend (en zingend) van de partij en dat was het jaar erna. In 2006 had ik namelijk de hoofdrol ('Mackie Messer', ook wel bekend als 'Mack the Knife') in de bekende 'Driestuiversopera' van Bertold Brecht. Dit inclusief live-muziek op locatie (muziek van Kurt Weill) en een geweldig theatrale over-the-top trouwfoto, die uitnodigingen en kranten 'sierde'. Erna kreeg ik een andere baan met veel avondwerk (klik hier), waardoor ik vanaf 2007 van het toneelspelen af ben gewaaierd.
De uitnodiging voor het trouwfeest
Tijdens onze festivals A Swingin' Affair [2001 - 2005] verzorgde ik steeds zelf de publiciteit. Vandaar mijn nauwe contacten met de regionale krant. Ze vroegen me of ik zou willen (blijven) schrijven voor hen, waarbij ik zelf de onderwerpen en geïnterviewden mocht kiezen: carte blanche derhalve, met veel leuke interviews als resultaat: klik hier. Natuurlijk kon ik het niet laten om 3 prominente leden van Epicentrum te interviewen: Peet Luiten, Tonnie Grosse en Kees Stolze. Je vindt de artikelen hieronder.
Peter Luiten, de nestor, de held
Tonnie, de 'madre familias'
Kees, met gedreven scherpte
maandag 6 april 2015
Nieuwe kleuren en licht
In 1884 maakte Claude Monet een schildersreis naar de Middellandse zee. Hij was toen (in kringen) al een gerespecteerde kunstenaar. Gespecialiseerd in het schilderen van landschappen in veranderende kleuren en licht. Toen hij in het Zuiden aankwam, had hij het knap moeilijk. Die kleuren had hij nog nooit op z'n palet gemengd. Het overweldigde hem. De lichtinval daar was heel anders dan gewend. Hij moest zich een nieuw palet aanmeten om die nieuwe kleuren en licht vast te leggen. Zie hieronder: die schilderijen uit 1884 zien er fantastisch uit! Realiseer je daarbij hoeveel moeite het hem kostte om ook deze kleurentoets te kunnen vervolmaken.
Villas at Bordighera (1884)
Villas at Bordighera (1884)
Strada Romada in Bordighera (1884)
The Corniche of Monaco (1884)
zondag 5 april 2015
Avondkleuren (in Venetië)
Prachtige dag vandaag! Met een mooie avondschemering: wolkenflarden die de onderstaande zon in warme kleuren weerspiegelden. Kijk in dat kader eens naar het schilderij 'San Giorgio Maggiore at Dusk'. Claude Monet schilderde het (in eerste aanzet) in Venetië in 1908. Het is een dermate bekend schilderij, die het zelfs een eigen Wikipedia-site heeft (klik hier).
vrijdag 27 maart 2015
Weergaloos lied over de Lente
Maarten Roozendaal schreef het lied 'Mooi' over de lente. Hoe krachtig, puur en meeslepend is deze versie, gefilmd vanuit het publiek tijdens het Bosconcert (Amsterdam) in augustus 2011.
Gedachtengoed
Onderstaande tekst schreef ik voor mijn boekje 'Een Tevreden Mens' (2003). Zo eenvoudig als het er staat, is het uiteraard niet. Wel schuilt er een waarachtige kern in.
Gedachtengoed
Je kunt jezelf moe denken. Denk er maar eens aan en je zult merken hoe moe je bent; hondsmoe. Je kunt jezelf ook gelukkig denken. Denk er maar eens aan, hoe gelukkig je bent en je zult gelukkig zijn; de zon straalt je toe, de mensen lachen, het leven is prachtig mooi.
Denk je eens in, wat je allemaal kunt bedenken en je zult erkennen, dat het oneindig veel is. Daarin leeft de vrijheid, de vrijheid in gedachten, die tot veel kan leiden. Je kunt bouwen op basis van levenslust, of het hoofd laten zakken door gedachten van moedeloosheid.
Waarheen richt je de ogen? Je hebt ze om het levenslicht te aanschouwen. Waarop richt je het gehoor, dat je ontving om al die woorden te horen? Ik kan lachen of huilen, je opbouwende woorden geven of juist moeilijkheden benadrukken.
Het leven kan zo moeilijk zijn als je het zelf wilt maken, en tevens zo prachtig als de meest zonnige dag. Je kunt alle kanten op, maar het is aan jou of je dit wilt erkennen, kunt erkennen. Niets is alleen maar slecht of alleen maar goed. Alles heeft zijn nuances en het is nu juist aan jou welke nuances je overbelicht. Het is een mooie dag, ik zie de blauwe luchten en ik lach.
Gedachtengoed
Je kunt jezelf moe denken. Denk er maar eens aan en je zult merken hoe moe je bent; hondsmoe. Je kunt jezelf ook gelukkig denken. Denk er maar eens aan, hoe gelukkig je bent en je zult gelukkig zijn; de zon straalt je toe, de mensen lachen, het leven is prachtig mooi.
Denk je eens in, wat je allemaal kunt bedenken en je zult erkennen, dat het oneindig veel is. Daarin leeft de vrijheid, de vrijheid in gedachten, die tot veel kan leiden. Je kunt bouwen op basis van levenslust, of het hoofd laten zakken door gedachten van moedeloosheid.
Waarheen richt je de ogen? Je hebt ze om het levenslicht te aanschouwen. Waarop richt je het gehoor, dat je ontving om al die woorden te horen? Ik kan lachen of huilen, je opbouwende woorden geven of juist moeilijkheden benadrukken.
Het leven kan zo moeilijk zijn als je het zelf wilt maken, en tevens zo prachtig als de meest zonnige dag. Je kunt alle kanten op, maar het is aan jou of je dit wilt erkennen, kunt erkennen. Niets is alleen maar slecht of alleen maar goed. Alles heeft zijn nuances en het is nu juist aan jou welke nuances je overbelicht. Het is een mooie dag, ik zie de blauwe luchten en ik lach.
Gustave Caillebotte - self portrait
zondag 22 maart 2015
Zonovergoten
Deze dag begon bewolkt. Dikke bewolking. Je past je bewegen erop aan, binnen. In de loop van de dag werd het wolkendek steeds dunner. Er vielen gaten. Het werd blauwer en blauwer. Fris bleef het. Met name zonovergoten. Wat een verschil op één dag. Hieronder twee foto's van de Prunus zoals deze bloeit voor onze voordeur.
Impressie van mijn kinderjaren (1973 - 1985)
Mijlpaal
Dit jaar (2023) word ik 50 jaar, een mooie mijlpaal waarbij je dan toch ook even mag terugkijken. Deze uit eigen herinnering geschreven impressie van mijn kinderjaren hoort er voor mij dus bij. Ik markeer de kinderjaren hier tot en met de lagere schooltijd. Ik overschreef hiervoor in mijn Blog overigens een oude post uit 2015. Leuk immers om dit zelf online met anderen te kunnen delen, maar op deze manier wordt er online niemand ongevraagd mee geconfronteerd. Veel leesplezier met deze terugblik.
Oudste herinnering
Een kleine steekproef hield ik onder enkele vrienden: 'wat is je oudste herinnering en hoe oud was je toen?' De meesten kwamen ergens in de kleuterschool leeftijd uit (voor de jongere lezers: dit gaat hier dus om groep 1 en groep 2) en sowieso niemand daaronder. Uit onderzoek blijkt dat kinderen in hun herinnering nog wel verder terug kunnen gaan, namelijk tot in hun 2e levensjaar. Bij het ouder worden vervaagt dit blijkbaar allemaal geleidelijk. Dat houdt dus in dat alle uitjes, spelletjes, knuffels, groei en belevenissen van die eerste 4 levensjaren bij het ouder zijn volledig blijken verdwenen. Zijn ze daardoor minder van belang voor de volwassens mens? Dat zeker niet, want in die eerste jaren - en uiteraard ook tijdens de kinderjaren erna - wordt wel het fundament gelegd voor je latere mens zijn.
Tafelblad
Mijn oudste actieve herinnering dateert letterlijk van de kleuterschool. Ik zie het beeld nog voor me, dat ik er aan m'n tafeltje zat en m'n oor op het tafelblad legde. Dan hoorde ik door mijn tafelblad heen de geluiden die andere kinderen in mijn groepje maakten in relatie tot hun tafeltje: kloppen, tikken, etc. Ik vond dat een aparte gewaarwording. Ik heb geen idee waarom ik me juist dit beeld nog herinner, maar ik zie het groepslokaal van dat moment er nog scherp bij. Ik weet dus nog waar ik op dat moment zo ongeveer zat. Van de kleuterschool weet ik ook nog, dat ik door de poortjes tussen de huizen naar mijn opa & oma liep om bij hen te eten. Ook van het speelterrein van de kleuterschool, inclusief een reusachtige zandbak, heb ik nog heldere beelden. Deze beelden moeten wel van uit m'n peutertijd zijn, omdat ik erna naar een ander schoolgebouw ging. Ik heb veel herinneringen aan mijn jeugd, maar die zijn waarschijnlijk van een latere leeftijd dan 4 of 5. Als mensen zich later nog belevenissen van jonge leeftijd herinneren, dan waren dit vaak belevenissen met impact. Mijn oma vertelde me eens dat haar oudste herinnering het moment was dat ze, 4,5 jaar oud, bij haar tante moest gaan logeren omdat de dijken er op doorbreken stonden (voor haar verhaal: klik hier). Typerend voor mijn jeugd, ik had die opzienbarende belevenissen niet. Het leven zag er van week tot week behoorlijk overzichtelijk uit.Nieuwbouwwijk
Geboren werd ik in een tijdelijk houten huisje op een tuinderslaan. Toen ik 2 jaar oud was, verhuisden we naar een nieuwbouwwijk in het centrum van het dorp. Dat was heerlijk wonen daar, want er waren een heel aantal jonge gezinnen tegelijk in die straat komen wonen, met dus veel buiten-speel-vertier. In mijn herinnering waren we altijd aan het buitenspelen, veel meer dan dat je dit tegenwoordig ziet. Op jongere leeftijd met skelters, wat ouder gezamenlijke spellen als balletje trap. Ook heel wat uren met vergrootglas blaadjes en bielzen branden in de zomer. De grote schoolvakantie in de zomer duurde ook toen 6 weken. Ik herinner me ze als een 'decade' zo lang. We gingen toen ik jonger was niet op vakantie en dus was je ook echt 6 weken lang aan het spelen rond het huis. Ik herinner me er veel gezelligheid. In de zomervakanties kon je me ook op de kermis vinden. Met een paar ontvangen muntjes op zak kon ik er uren doorbrengen. Zo weinig als ik er tegenwoordig mee heb, zo fascinerend vond ik het toen.
Tonka
Als speelgoed hield ik van auto-tjes. Met een garage, houten blokken en een bijpassende ondergrond bedacht ik zelf het verhaal. Op de foto hieronder heb je een mooi overzicht van zo'n speelsetting, inclusief Tonka auto's. Mijn oma & opa hadden een mooi dik kleed op hun eettafel, met allemaal lijnen erop. Dat was natuurlijk heerlijk om met auto's op te spelen. Je kon die lijnen mooi als wegen en parkeerplaatsen gebruiken. Bij mijn oma's & opa's kwamen we vaak, maar het meeste bij die van mijn moeders kant, die in hetzelfde dorp woonden. We bezochten de opa's en oma's sowieso ieder weekend (daarover zo meer) maar mijn moeder zette daarnaast ook iedere week krullers in het haar bij mijn oma en de buurvrouw van oma. Ik ging dan als kind ook altijd graag mee. Als mijn moeder arriveerde, liet m'n oma de telefoon drie keer overgaan bij haar buurvrouw, die dan ook kwam. Naast auto-tjes was Playmobile favoriet. Ik zie me nog met zo'n auto door het gras in onze tuin rijden, als ware het een jungle waar de auto doorheen reed. Natuurlijk ontbrak ook Lego niet, waarmee je met fantasie sowieso veel kanten op kon. Kortom, mensen met fantasie vervelen zich nooit, ik was altijd wel lekker bezig.
Panharing
Continu roosters kenden scholen toen niet en dus liep je tussen de middag naar huis voor een boterham. Op woensdagmiddag waren we vrij. M'n moeder was er altijd na schooltijd en dat was prettig. Zo was het ook gebruikelijk in die tijd: vader was overdag aan het werk, moeder was als huisvrouw dichtbij de kinderen. Net als het overzichtelijke schooldagen patroon, had ook ieder weekend een vaste indeling. Heel voorspelbaar en bovenal gezellig. Op zaterdagmiddag gingen we namelijk een dorp verder eerst boodschappen doen. Na een bezoek daar aan de viswinkel, waar we Panharing en Schellevis kochten, gingen we op bezoek bij m'n opa & oma van vaders kant. We bleven daar dus altijd eten. Ik zie die keuken nog zo voor me zoals we daar iedere week aten, ik op de kruk onder de keukenkastjes. Alsof ik er gisteren nog zat, zo scherp kan ik dit beeld nog vanuit m'n geheugen uittekenen. Op zondagmiddag gingen we vervolgens naar opa & oma van moeders kant. Regelmatig bleven we ook daar eten en dan bracht opa mij thuis. Ik mocht dan mee wandelen op zijn vaste avondrondje door het dorp. Als er niet regelmatig een koude bal gehakt voor op brood op tafel stond, dan had ik me dit nu niet herinnerd. Op zo'n zondagmiddag kwam dikwijls de sjoelbak op tafel, een Homas die werd ingewreven met Pledge.
Werther's Echte
Laten we in dat vaste ritme ook het kerkbezoek niet vergeten. Het was toen heel gebruikelijk dat je iedere zondag een keer naar de kerk ging. Ik vond dat wel een serieuze aangelegenheid. Toen ik op een nog jonge leeftijd mocht kiezen tussen zondagschool of terug in de kerkbanken, koos ik toch voor dat laatste. Ook hier een onwaarschijnlijke voorspelbaarheid. Zo'n kerkdienst heeft alle jaren dat ik er ben geweest exact dezelfde opbouw gehad. De ouderling van dienst klom aan het begin op de preekstoel en heette iedereen welkom, waarna er een lied werd gezongen. Tijdens dat lied liepen de dominee en andere ouderlingen de kerk in. De dominee klom de preekstoel op, de ouderlingen gingen er beneden naast zitten. Na de votum & groet, een gebed, een psalm/gezang en een schriftlezing volgde de preek van een minuut of twintig. Ervoor nog snel even snoepjes delen; 'Werther's Echte', een 'Redband' dropje of pepermunt. Vervolgens weer zingen, de collecte en laten we ook de voorbeden niet vergeten. Vlak voor het einde van de dienst de zegen van de dominee en dan ging iedereen naar huis. Nooit tumult, nooit discussies erna over de preek, nooit interactie tijdens de dienst, zo ging het volgens mij al eeuwen. Er was in die tijd natuurlijk nog wel verzuiling, maar al een stuk minder sterk dan de decennia ervoor. Zo waren wij als Protestanten niet meer automatisch lid van een Protestante omroepverening. De tv-gids die wij wekelijks binnenkregen, was die van Veronica. Dit omdat mijn vader als tiener was opgegroeid met de muziek vanaf hun zendschip. Over die kerkdiensten gesproken, mijn moeder ging zingen in een koor dat regelmatig werd gevraagd in speciale diensten verspreid over de provincie. Wij gingen dan uiteraard mee en dan had je een leuk koor in plaats van zang met orgel en meestal ook een wat vlottere preek. Op de foto hieronder precies het zicht dat wij iedere zondagochtend hadden vanaf onze plek in de kerk.
Kinderbioscoop
Tegenwoordig barst het van drukke, overprikkelde kinderen. Van nature drukke kinderen had je toen natuurlijk ook, maar er was minder ''overload' aan externe prikkels voor het daarvoor gevoelige kind. Wel was er al kindertelevisie en ook verschenen toen de eerste computerspelletjes. Televisie was er 's avonds even voor kinderen op één van de twee netten. Denk daarbij aan de enorm populaire seventies series 'De Fabeltjeskrant' (uitgezonden tot 1980), 'De Bereboot' (uitgezonden tussen 1976 en 1978) en 'Barbapapa'. Vanaf 1980, dus op mijn 7e jaar, startte op woensdagmiddag Avro's Kinderbioscoop, ook zo'n vast ijkpunt in de week. Wekelijks was dit een uur of twee aaneengesloten kindertelevisie met kinderseries en tekenfilms. Iedere woensdagmiddag zat ik bij de buurjongen te kijken, samen in hun grote bruine draaistoel. Ik herinner me daarin de Nederlandse series 'de Poppenkraam' en 'Familie Knots'. Ook was er tekenfilm 'Top Cat'. We sloten de middag af met de Japanse tekenfilm 'Schateiland'.
Donkey Kong
Toch werd in die tijd al die kiem gelegd voor de later massaal gamende jeugd. In 1980, het jaar dat ik 7 werd, vond Nintendo het computerspelletje 'Donkey Kong Jr.' uit. Dit was een groot succes en ook ik heb heel wat uren gespeeld op dat zenuwachtige ding. Ik kan het bijbehorende geluid nog zo horen als ik eraan denk. Dat Nintendo goed aan productinnovatie deed, bleek wel uit hun 'Donkey Kong II' met dubbel scherm. Ook dit spelletje uit 1983 hadden wij thuis. Het zat voor die tijd al vernuftig in elkaar.
Sixties
Je zag je vader tijdens schooldagen dus logischerwijs een stuk minder dan je moeder, maar in het weekend was vader uiteraard vrij. Mijn jeugd staat daarbij in het teken van jaren zestig muziek. Dit was namelijk het muziekrijke decennium ervoor. Mijn vader was in de sixties diskjockey geweest en in die jaren 100% op de hoogte van actuele muzikale ontwikkelingen. Hij had er in de jaren 70 dan ook een indrukwekkende verzameling singles en LP's aan over gehouden. In het weekend draaide hij zolang als ik me herinner altijd plaatjes en was ik in de buurt. Er zijn meerdere foto's dat ik naast mijn vader zit op het moment van plaatjes draaien of foto's met een koptelefoon op m'n hoofd. Ik leerde er alle jaren 60 hits door kennen en ontwikkelde en passant zelf een bovenmatige voorliefde voor deze muziek, die ik tot op de dag van vandaag heb. Er sprong voor mij één band bovenuit en dat waren The Beatles. Alhoewel mijn vader niet specifiek Beatles fan was, werd ik dat wel. De generatie ervoor draaide overigens heel andere muziek. Zo herinner ik me LP's van John Woodhouse en James Last bij m'n opa.
Huisjespark
Wij waren een doorsnee arbeidersgezin met 2 kinderen. Mijn vader was 25 jaar toen hij trouwde en m'n moeder 20. Zo goed als negen maanden na hun trouwfeest werd ik in juni 1973 geboren. Vier jaar later werd mijn zus geboren. Over het algemeen stopte de gezinsopbouw toen na twee kinderen en zo ook bij ons. Het leven voltrok zich voor het grootste deel rondom huis. Op jongere leeftijd gingen we wel eens een weekendje weg naar een huisjespark met de vriendengroep van m'n vader. Ik zat al in een wat hogere klas van de lagere school toen wij als gezin in de zomervakantie voor het eerst zelf een hele week op vakantie gingen. Geen buitenlandse reizen bij ons, wij bleven gewoon in Nederland. Denk aan een huisje in Driebergen of Holten. Tussentijdse uitstapjes zoals tegenwoordig deed je toen ook, zoals naar een pretpark met familie of naar het strand. Als het 's zomers echt strandweer was, gingen we met het gezin van de beste vriend van m'n vader naar het strand. Eerst daar verzamelen in hun grote keuken en vervolgens koelboxen, zonneschermen en scheppen mee. Op het strand een heel stuk naar rechts lopen, de drukte voorbij. Het mooiste was natuurlijk een burcht bouwen tegen de opkomende vloed.
Snoepautomaat
Was ik een ondeugend kind? Zeker niet! Het meest controversiële op jonge leeftijd dat ik me herinner, had te maken met de ontdekking dat fiches in een spel bij mijn oma & opa precies de grootte van een dubbeltje hadden. Daar kon je dan bij de snoepautomaat aan de buitenmuur bij onze Chinees een toverbal mee draaien. Ik zal het niet veel gedaan hebben, maar het feit dat ik dit nu nog weet, zegt wel dat ik het blijkbaar toch een hele onderneming vond. Een mens barst zo van de jeugd herinneringen, die liggen opgeslagen tot het moment dat je er weer nadrukkelijk aan denkt. Ik denk nu vanuit comfort terug aan die prettige en ook beschermde lagere school tijd. Was het met de kennis van nu wellicht te beschermend en voorspelbaar? Dat is geen vraag die iemand zich toen stelde. Het was voor mij een stabiele en warme basis voor mijn leven. Ik mocht van mijn ouders op voetbal, wat ik na 3 seizoenen als links-back overigens wel weer voor gezien hield. Daarna mocht ik op gitaarles, wat gezien mijn muzikale aanleg een goede zet was, waar ik tot op de dag van vandaag nog veel plezier aan beleef. Die gitaarles was het eerste jaar akkoorden leren in groepsverband en het tweede jaar klassiek. Dat eerste vond ik erg leuk, het tweede een stuk minder. Ik ben daarna niet meer op les gegaan, maar wel altijd zelf blijven gitaarspelen. De hierop volgende hobby was ook muzikaal, maar meer ritmisch. Ik werd tamboer in het plaatselijke tamboerkorps. Roffelen, marcheren en meedoen aan taptoes. Ik heb dat gedaan tot ergens in mijn puberjaren. Toen vond ik het echt niet meer kunnen in zo'n uniform met veer.
Ruimtereis
Op mijn 6e ging ik van die kleuterschool naar de Julianaschool in de Hoofdstraat. Deze school was gevestigd in het historische 'School met de Bijbel' schoolgebouw, dat zo rond mijn 10e jaar (lees: 1983) is gesloopt. Vanaf dat moment betrokken wij een nieuw schoolgebouw, overigens hetzelfde gebouw waar onze dochter nu in groep 7 zit. Dat oude schoolgebouw aan de Hoofdstraat was nog zo'n historisch schoolgebouw met hoge plafonds, hoge ramen en lange gangen. Het was een behoorlijk grote school, met zelfs lokalen op de eerste verdieping. Nu zijn gebouwen als je klein bent al snel groot. Als je op latere leeftijd nog eens terugkomt op zo'n plek, dan was deze toch altijd veel kleiner dan je je vanuit je jonge jaren herinnerde. Het centrum van ons dorp zag er toen voltrekt anders uit dan nu. Naast die oude school was er een auto garage, met tussen de school en de garage een soort van wildtuin, waar je als leerling echter onder geen beding mocht komen. Ik kan nog zo in gedachten door dat oude gebouw lopen. Als ik in gedachten een rondje over dat schoolplein maak, dan realiseer ik me dat geen van de omringende gebouwen er nu nog staat. Toch zijn het niet heel veel specifieke herinneringen die ik aan die schooljaren daar heb. Waaruit spreekt dat het schoolleven zich in een voorspelbaar dagelijks ritme zonder al te grote uitschieters voltrok. Natuurlijk heb ik nog wel herinneringen. Zo zie ik mezelf nog knikkeren op het grote plein. Daarnaast herinner ik me ook dat ik tijdens het buitenspelen in m'n nek werd gestoken door een wesp of bij. Met mijn hoofd scheef ben ik vervolgens naar huis gerend voor hulp. De derde herinnering tartte m'n gevoel voor rechtvaardigheid. Ik liep in die oude school vanuit een klaslokaal op de 1e verdieping naar de trap, toen daar een klasgenoot expres een tas naar beneden op de begane grond tegelvloer liet vallen. Die kwam daar met een plof neer, net voor de voeten van een leraar die daar net aan kwam lopen. De leraar kwam uiteraard direct de trap op om verhaal te halen en vroeg ons dringend wie van ons tweeën dit had gedaan. Ik ontkende uiteraard, maar 'de dader' ontkende ook in alle toonaarden. De leraar kon niet vaststellen wie de dader was en niemand kreeg straf. Het zijn zo toch de afwijkende belevenissen die blijven hangen. Zo hadden we ooit een schoolreisje naar Drievliet. Eén van de attracties was een raket voor een soort van ruimtereis. Je nam er op stoeltjes in plaats en nadat iedereen zat en de deur sloot, ging een film draaien en begon de raket omhoog te bewegen voor het bijbehorende gevoel. Ik was blijkbaar als laatste binnen, maar er was geen zitplaats meer over. De medewerker had dit blijkbaar niet gezien en dus moest ik staan tussen de stoelen toen de raket opsteeg.
Opnametechniek
Nog één afsluitende herinnering uit m'n kindertijd, net voor de start van m'n tienerjaren. Die heeft te maken met onderstaande Philips cassetterecorder die ik destijds had. Op 13 juli 1985 vond namelijk het legendarische Live-Aid festival plaats in Wembley stadion, London. Het was een prachtig zonnige zaterdag want ik weet nog dat m'n ouders buiten zaten. Ik was toen al heel wat jaren een enorme muziekliefhebber met heel veel Beatles, maar soms toch ook wat moderne muziek. Ik schreef op deze Blog overigens al eens eerder een tekstje over het 'muzikale fundament' vanuit m'n jeugd: je vindt dit onderaan het bericht over m'n Top 10 albums (klik hier). Niet alleen had ik een eigen akoestische gitaar van m'n ouders gekregen. Ik had vanaf m'n 8ste jaar ook al zelf een seventies Philips versterker en Dual pick-up, van m'n vader doorgeschoven gekregen toen hij een nieuwe installatie kocht. Meer state-of-the-art in die tijd was dus mijn draagbare Philips cassetterecorder met ingebouwde microfoon, die ik aan de versterker kon koppelen. Met die recorder kon ik mezelf dan op de gitaar opnemen. Die zomerse Live-Aid zaterdagmiddag had ik die cassetterecorder voorop het eiken bergmeubel in onze huiskamer gezet, zo dicht mogelijk voor de televisie box. Ik nam daarbij enkele Live-Aid fragmenten op. De uitschieter voor mij als net 12-jarige was het optreden van de toen nog minder bekende band U2. Ook al zal de opnamekwaliteit miserabel zijn geweest, ik heb dat optreden nog dikwijls teruggeluisterd. Met name hun uitgesponnen versie van 'Bad' was me altijd bijgebleven, toen ik die vele jaren later voor het eerst weer terug kon vinden op Youtube (je vindt deze hier, veel kijkplezier). Toepasselijk om juist dit afsluitende beeld uit m'n kinderjaren aan te halen, want muziek was daarin zeker een rode draad.
Van toen naar nu
Best leuk om zo even terug te kijken naar andere tijden. Ook interessant om te onderzoeken welke lijnen of karakteristieken je van je kinderjaren naar je 50ste kunt trekken. Ik ga er geen diepgravend onderzoek van maken, maar in feite ligt veel dan al vast van je karakteristieken en interesses, waarop je later voort zult bouwen. Mijn grote voorliefde voor The Beatles is hier natuurlijk wel een heel aardig voorbeeld van zo'n sterke verbinding tussen m'n kindertijd en nu. Gekoppeld hieraan zag je toen ook al mijn grote enthousiasme (ik wist ook 2 vriendjes te enthousiasmeren om Beatles fan te worden) en de voorliggende eigen mening. Daar waar andere kinderen liever voor 'Doe Maar' kozen en aangaven The Beatles niets te vinden, was ik me nog sterker bewust van hun baanbrekende albums en kwaliteiten. Ik deed dingen ook toen nooit half. Mijn kamer hing helemaal vol met Beatles posters en bij struintochten naar vinyl had ik al hun albums verzameld. Rode draad in deze beschrijvingen van mijn kinderjaren is dus ook het overzichtelijke en voorspelbare van de comfortabele vaste weekpatronen. Complexer vond ik het pas worden toen ik net na m'n 12e verjaardag naar de havo ging, de start van m'n tienerjaren. Voor mijn gevoel lag er een enorme kloof tussen de beschermde lagere schooltijd en de overstap naar het middelbaar onderwijs, waarbij je opeens behoorlijk zelfstandig moest opereren in een compleet nieuwe setting. De verbindende kampweek van de lagere school was een heerlijke week geweest, de kampweek aan het begin van de havo schoot z'n doel ver voorbij. Over de periode van m'n tienerjaren is ook genoeg te vertellen, maar dat is voor een andere keer. Wellicht leuk voor in het jaar dat ik 60 word.
Leve de Oversteek!
Transitie betekent zoiets als 'overgang'. Het oude past niet meer, het nieuwe is zeker nog niet bereikt. Bruggen bouwen, waar oevers het verdergaan beletten. Tussenfase, zoektocht naar nieuwe grond en verbinding. Voor organisaties als totaal en voor de mens op zichzelf. Geen mens, geen organisatie wordt nieuw zonder zoektocht. Zo'n brug bouwen naar het nieuwe vraagt visie, daadkracht, durf en exploratie. De organisatie als samenhang tussen mensen: elkaar inspireren, zekerheden loslaten, ongewis, spannend, in gesprek opgaven en verwachtingen delen. In het vertrouwen dat deze zoektocht je verder brengt dan je ooit was.
De nieuwe oever bereiken, als vervolmaking, bekroning van al je werk: de verbinding gelegd. Dat is absoluut een feestje waard. Waarbij de ware prestatie in de samenhang ligt, waardoor je dit nieuwe terrein eenvoudig kunt betreden. Nu deze brug (in jezelf) er ligt, is het alsof deze er altijd al was. Krachtig in het uiterlijke en stevig gefundeerd. Er waren tijden dat de ene oever mijlenver verwijderd was van de andere: nu vanzelfsprekend, ooit schier onbereikbaar. Er ligt nu een nieuwe natuurlijke verbinding en we lopen er eenvoudig overheen. Leve de oversteek!
De nieuwe oever bereiken, als vervolmaking, bekroning van al je werk: de verbinding gelegd. Dat is absoluut een feestje waard. Waarbij de ware prestatie in de samenhang ligt, waardoor je dit nieuwe terrein eenvoudig kunt betreden. Nu deze brug (in jezelf) er ligt, is het alsof deze er altijd al was. Krachtig in het uiterlijke en stevig gefundeerd. Er waren tijden dat de ene oever mijlenver verwijderd was van de andere: nu vanzelfsprekend, ooit schier onbereikbaar. Er ligt nu een nieuwe natuurlijke verbinding en we lopen er eenvoudig overheen. Leve de oversteek!
De opening van de Golden Gate Bridge op 27 mei 1937
vrijdag 13 maart 2015
Toon Hermans: ik heb het leven lief
Toon Hermans, de levenskunstenaar
Toon Hermans had momenten dat hij in staat was een soort euforische blijdschap over te brengen op zijn publiek. Van onderstaande tekst maakte hij een lied voor in zijn theatershow:
Ik heb het leven lief, de mensen en de dieren
De zeeën en rivieren, ik heb het leven lief
Ik heb het leven lief, de bergen en de dalen
De warme zonnestralen, ik heb het leven lief
Ik heb het leven lief, ik heb het nooit verzwegen
Het wonder van 't bewegen, de vreugde om 't bestaan
Ik heb het leven lief, ben blij dat ik ben geboren
Dat ik kan zien en horen, 'n hart kan horen slaan
Als in het blije blauw, de fiere populieren
Hun blije zomers vieren, en ik ruik het jonge groen
Ik heb het leven lief, ik zal er wat van maken
Ik schreeuw het van de daken, ik heb het leven lief
Ik heb het leven lief, het sterke en het broze
Het blije en het boze, ik heb het leven lief
Ik heb het leven lief, de hoge regenbogen
De glimlach in je ogen, ik heb het leven lief
(Toon Hermans, 1980)
'Ik heb het leven lief' als lied in theatershow 1980
Toon Hermans, de schilder
Minder bekend bij het grote publiek, maar Toon Hermans was ook een voortreffelijk schilder. Hij liep er niet mee te koop tijdens zijn leven. Met veel overredingskracht lukte het om hem op latere leeftijd in te laten stemmen met het uitgeven van zijn indrukwekkende schilderijenboek. Op deze Blog heb ik een aantal berichten gewijd aan zijn schilderkunst. Je vindt de linkjes naar die berichten hieronder.
Toon Hermans, de inspiratiebron
donderdag 12 maart 2015
Wonder
Stel je voor, dat je door een ziekte vanaf je geboorte nog nooit je armen hebt kunnen bewegen. En opeens lukt het. Dat zou een niet te beschrijven blijdschap opleveren. Je zou zwaaien met je armen en iedereen zou het mogen zien. Je zou logischerwijs je geluk niet op kunnen.
Bedenk eens, dat je nog nooit één woord hebt kunnen spreken en opeens lukt het. Je praat honderduit. Hoe geweldig zou dat zijn; een groot wonder! Iedereen zou willen horen wat je te zeggen hebt, want dat is dan toch helemaal nieuw.
Als je nog nooit één stap hebt kunnen zetten en opeens kan je het en goed, hoe zou je dansen van blijdschap. Je zou rennen en springen, zoveel als je kunt. De mensen zouden in hun handen klappen en zeggen: "wat een wonder is hier gebeurd."
Je hebt nog nooit kunnen zien en dan gebeurt het: je ziet alles. Wat een onbeschrijflijk aantal beelden en indrukken heb je dan te verwerken. De blauw van de lucht, het groen van het gras, gezichten, uitdrukkingen, het landschap rondom. Al die kleuren en vormen, dat licht- en lijnenspel. Je kijkt iedereen aan en ze zullen uitroepen hoe onbegrijpelijk het is, dat je opeens kunt zien.
Vertel me, welk wonder is nu eigenlijk het grootste? Het feit dat één mens opeens kan zien, of dat wij allemaal al van nature dat zicht hebben? In ons beleven, ons zien, bewegen en spreken ligt het wonder van ons leven besloten. Tenminste: voor wie dit zien kan.
(uit eigen boekje 'De Zon die Schijnt' 2002)
Bedenk eens, dat je nog nooit één woord hebt kunnen spreken en opeens lukt het. Je praat honderduit. Hoe geweldig zou dat zijn; een groot wonder! Iedereen zou willen horen wat je te zeggen hebt, want dat is dan toch helemaal nieuw.
Als je nog nooit één stap hebt kunnen zetten en opeens kan je het en goed, hoe zou je dansen van blijdschap. Je zou rennen en springen, zoveel als je kunt. De mensen zouden in hun handen klappen en zeggen: "wat een wonder is hier gebeurd."
Je hebt nog nooit kunnen zien en dan gebeurt het: je ziet alles. Wat een onbeschrijflijk aantal beelden en indrukken heb je dan te verwerken. De blauw van de lucht, het groen van het gras, gezichten, uitdrukkingen, het landschap rondom. Al die kleuren en vormen, dat licht- en lijnenspel. Je kijkt iedereen aan en ze zullen uitroepen hoe onbegrijpelijk het is, dat je opeens kunt zien.
Vertel me, welk wonder is nu eigenlijk het grootste? Het feit dat één mens opeens kan zien, of dat wij allemaal al van nature dat zicht hebben? In ons beleven, ons zien, bewegen en spreken ligt het wonder van ons leven besloten. Tenminste: voor wie dit zien kan.
(uit eigen boekje 'De Zon die Schijnt' 2002)
zaterdag 7 maart 2015
Wisselende Wereldbeelden
Het 'Impressionisme' is hier te beschouwen als metafoor voor 'anders kijken' en 'vernieuwend denken'. Gedurfd en fris, kleurrijk en vol inspiratie. We zijn dermate gewend geraakt aan onze structureren en context, dat we ons hier nauwelijks van los kunnen denken. Vanuit een nieuw perspectief ziet datgene dat we altijd deden er opeens hopeloos verouderd uit. 'Omdenken', loskomen van vaste patronen, tijd voor verwondering. Het begint bij bewustwording en beweegt dan naar inspiratie. Nieuw bouwen, op een stroom van verandering. We leven vanuit bestaande conventies. Verwondering, de frisse blik en tintelende blijdschap zijn ver van ons komen staan. Toch is dat wereldbeeld niet persé ver weg. Het is onze manier van kijken. Vanuit onze processenwereld (systeemwereld) weer terug naar de bedoeling, dat als onze maatschappelijke opgave. We willen vernieuwingen vaak vanuit het bestaande systeem initiëren en bereiken, wat feitelijk onmogelijk is. Control en repetitie als zichzelf in stand houdende reflexen houden inspiratie en vernieuwing op grote afstand. Er ligt een nieuw wereldbeeld in ons besloten, mits we onze kijk op de zaken veranderen.
Wisselende Wereldbeelden door Jan Willem Zeelenberg
Persoonlijke boeken Top 10
Inleiding persoonlijke boeken Top 10
Een enorme boekenlezer ben ik niet en als ik een boek lees, maak ik meestal niet enorm veel meters tegelijk. Ik ben meer een kort stukjes lezer. Een boek heel wat keren wegleggen en weer pakken, totdat het uiteindelijk toch uit is. Daarbij bestaat een groot deel van mijn boeken uit kleurrijke boeken over Impressionisme en specifieke schilders. Literaire boeken zijn aan mij sowieso niet besteed. Sowieso doe ik niet aan non-fictie (welke uitspraak zeker iets zegt over hoe ik naar de nummers 1 en 10 uit onderstaande lijst kijk). Zo herinner ik me het lezen van 'De Ontdekking van de Hemel' van Mulisch, dat ik destijds zelfs drie keer terug moest brengen naar de bibliotheek, om later opnieuw te lenen en weer verder te kunnen lezen. Ik deed daar meer dan een jaar over. Toch ga ik niet op vakantie zonder boek, meestal een biografie. Er zijn daarbij boeken die er voor mij toe doen en er bovenuit schieten in al die jaren, maar hieronder vind je ook een aantal boeken die ik recent las en juist daarom actief in mijn geheugen liggen. In het kader van de uitspraak 'Toon me je boekenkast en ik zeg je wie je bent' vind je hieronder m'n persoonlijke Top 10 boeken (net zoals ik een albums Top 10 samenstelde: klik hier).
Bijgewerkt: maart 2023
1. Het Grote Johannes Evangelie - Jacob Lorber (10 delen)
Het 'Grote Johannes Evangelie' is met grote afstand het meest indrukwekkende dat ik ooit gelezen heb, lees en zal blijven lezen. Voor mij betreft de kroon op al het andere. Of, zoals de econoom Ernst Schumacher ooit omschreef: '(Ze) bevatten veel vreemde dingen die onaanvaardbaar zijn voor de moderne mentaliteit, maar tegelijkertijd zo'n overvloed aan hoge wijsheid en inzicht dat het moeilijk zou zijn om iets te vinden dat indrukwekkender is in de hele wereldliteratuur'. Ik heb de 10 boeken al een aantal keren gelezen, sinds ik ze rond de millenniumwisseling op het spoor kwam. De boeken vertellen van dag tot dag het verhaal van Jezus in de drie jaar dat hij als leraar door de toenmalige Joodse gebieden trok. De opzet volgt in zekere zin het Bijbels Evangelie van Johannes. Deel 1 begint dan ook met een uitleg van de toch wat summiere eerste teksten die in dat Bijbelboek te vinden zijn. Wie daar doorheen kan lezen, komt in een toegankelijk dagverslag van het leven van Jezus, dat ik direct op een lichte wijze in mijn hart sloot. Van augustus 1851 tot aan zijn dood in de zomer van 1864 schreef de Duitse musicus Jacob Lorber deze indrukwekkende reeks van zo'n 5.500 bladzijden, later uitgegeven in 10 delen. De totstandkoming is bijzonder, want hij hoorde een innerlijke stem die hem aanzette om te gaan schrijven, directe innerlijke inspiratie. Iedere dag schreef hij precies datgene op wat hij innerlijk 'hoorde'. Die innerlijke stem sprak in de eerste persoon, als Jezus zelf dus. Voor mij is dit, vanuit mijn enorme liefde voor de persoon Jezus, de grootste schat in boekvorm, vol licht, liefde en wijsheid.
2. Monet or the Triumph of Impressionism - Daniël Wildenstein (1996)
De succesvolle Franse kunsthandelaar Daniël Wildenstein hoorde bij de buitencategorie researchers. Als kunsthistoricus publiceerde hij eerst tussen 1976 en 1992 de vijfdelige oeuvre catalogus met alle opgespoorde schilderijen van Claude Monet, door hem voor alle komende generaties op volgorde genummerd. Die oeuvre catalogus is een indrukwekkend basiswerk, net zoals hij ze maakte van de schilders Manet, Courbet en Gauguin. In 1996 volgde zijn ultieme biografie 'Monet or the Triumph of Impressionism'. Als Monet-kenner en in bezit van een heel aantal boeken over deze toonaangevende schilder durf ik te stellen, dat dit boek van Wildenstein de beste Monet biografie ooit gemaakt is. Als je het rijk geïllustreerde verhaal leest over deze artistieke vernieuwer, voel je in alles dat er een onwaarschijnlijke research onder de teksten ligt. Daniël heeft zich enorm ingeleefd in Claude Monet, aan de hand van vele brieven, schilderijen, historische context en plaatsen waar hij werkte. Een must-have voor iedere kunstliefhebber. Het enige dat nog ontbreekt is een vertaling in het Nederlands.
3. John Lennon - Philip Norman (2008)
4. De meeste mensen deugen - Rutger Bregman (2019)
Soms is het ook echt het moment en de plaats waar je een boek leest, die extra kleur geven aan de tekst. Dit boek van Rutger Bregman las ik op vakantie in Sicilië, waar we 1,5 week op een locatie verbleven met onovertroffen uitzicht over de Middellandse zee (klik hier). Dit boek van de Nederlandse journalist zoekt en vindt in psychologie, economie, biologie en geschiedenis de bewijzen dat de mens in basis juist goed is. Dit in tegenstelling tot het beeld, dat vaak primair wordt geschetst. 'De meeste mensen deugen' gaat over de positieve veerkracht en inborst van de mens. Rutger bouwt zijn bestseller geraffineerd op vanuit een holistische opzet, waarbij hij zelfs helemaal aan het begin van de beschaving start, toen jagers de eerste landbouwers werden. Intrigerend zijn ook de bewijzen dat bombardementen op steden in de tweede wereldoorlog, zowel aan Engelse als Duitse kant, het moreel van de bevolking geenszins braken. Daarbij heeft hij het zich niet gemakkelijk gemaakt. Het boek van meer dan 500 bladzijden bestrijkt diverse tijden en werelddelen. Er spreekt bovenal beschaving uit, mensen zijn te vertrouwen. Rutger ontkracht aan de hand van onderzoeksjournalistiek uitkomsten van psychologische experimenten, die juist als uitkomst hadden dat de mens een beest werd. Ook al is het laatste deel waarin Bregman aansluiting zoekt bij nieuwe manieren van democratie, zorg en detentie veel dunner, het overkoepelende beeld van deze heerlijke page-turner is prettig positief en sterk onderbouwd.
5. Here, There and Everywhere - Geoff Emerick (2006)
Over The Beatles zijn onwaarschijnlijk veel boeken verschenen. Toch is juist dit in die veelheid een uniek boek, juist omdat het is geschreven door de innovatieve geluidstechnicus van The Beatles zelf. Geoff Emerick werd op 16-jarige leeftijd bij EMI aangenomen als assistent-engineer in de Abbey Road studio's. Op zijn tweede werkdag in september 1962 was hij getuige van de opname van hun eerste single: 'Love me Do'. Hij werd hun lead engineer in 1966, toen ze het experimentele 'Revolver' gingen opnemen. De begaafde engineer wist, onder de vleugels van George Martin, opnametechnieken vanuit experiment net zo te stretchen als The Beatles popmuziek naar nieuwe hoogten brachten. Dat werken aan Revolver bleek de opmaat voor 'Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band', waarbij Geoff los kon gaan met experimenteren bij het opnemen en het vormgeven van de sound. In dit boek 'Here, There and Everywhere' lees je van binnenuit hoe legendarische albums vorm kregen. Om dit boek op waarde te kunnen schatten, is het natuurlijk handig als je Beatles-fan bent, zelf een instrument speelt en ook enige ervaring hebt met de uitdagingen rond muziek opnemen. Geoff Emerick had uiteraard een ghost-writer van dit boek, de muziekjournalist Howard Massey. Dat het uitkomen van dit boek behoorlijk wat discussie opleverde onder Beatles kenners, neem ik daarbij voor kennisgeving aan. Dat niet alles helemaal zou kloppen vanuit het geheugen van Geoff, doet wat mij betreft geen afbreuk aan dit heerlijke inkijkje, alsof je er zelf bij was toen die legendarische albums in de studio vorm kregen.
6. Michiel Romeyn - bepaal jij dat? - Robert Lagendijk (2022)
Robert Lagendijk is auteur, journalist en fotograaf. Zo schrijft hij voor de Vpro-gids over muziek en is daarnaast fotograaf voor onder andere de NPO. Deze Robert Lagendijk schreef de biografie over de artistiek bijzonder markante Michiel Romeyn. Hij doet dit aan de hand van een aantal geweldige anekdotes van één van deze creatieve breinen van het absurde 'Jiskefet'. Je moet wel van 'Jiskefet' houden om dit boek zo te waarderen, dan wel minimaal een corresponderend gevoel voor absurdisme hebben. Wat mij betreft levert het prachtige beelden op, zoals op z'n brommer bij oma in Zeeland. De anekdotes over Rijk de Gooyer en Hazes zijn onovertroffen. Om over de in Spanje pannen schietende gekkigheid met Jiskefet collega Herman Koch nog maar te zwijgen. Deze biografie geeft een bijzondere kijk in het hoofd van Michiel Romeyn aan de hand van een heel aantal korte verhalen. Michiel Romeyn is one in a million, een volstrekt anders denkende geest, die door zijn associatievermogen in veel een absurde sketch ontwaart. Bovenal is hij als nauwlettend observator een geweldig acteur, om de eenvoudige reden dat hij niet speelt maar volledig in de persoon die hij uitbeeldt over kan gaan. De anti-held won er bij zijn eerste filmrol zelfs een Gouden Kalf mee. De ondertitel van het boek ('Bepaal jij dat?') verwijst uiteraard naar de zeer ongemakkelijke Jiskefet-sketch, waarin de Amsterdamse proleten Johnny en Willie een boekenwinkel terroriseren. Je krijgt 'm er hier gratis bij: klik hier.
7. De Geschiedenis van het Westland - Jaap van Duijn (2020)
8. Paul mcCartney - de biografie - Philip Norman (2016)
Philip Norman schreef jarenlang als muziekjournalist voor The Times artikelen over de bekendste popsterren. Hij interviewde vele van hen. Zijn specialiteit daarnaast werd het schrijven van biografieën, zoals over Elton John, Mick Jagger, Buddy Holly, Eric Clapton, Jimi Hendrix én in 2008 John Lennon. Als generatiegenoot van The Beatles had hij ze in de jaren 60 al eens kunnen interviewen. In eerste instantie had hij Paul McCartney in die Beatles jaren op een voetstuk staan. Maar Paul viel voor Philip van dat voetstuk toen hij trouwde met Linda en hij solo verder ging. In zijn uitgebreide voorwoord in dit boek vertelt Philip daarbij hoe hij eind jaren 70 de bekende biografie over The Beatles (Shout!) schreef. Zijn conclusie daarin was dat John Lennon artistiek drie kwart van The Beatles voor zijn rekening nam. Flauwekul uiteraard, wat de journalist later zelf ook is gaan inzien. Paul McCartney wilde hij in die jaren niet spreken, zelfs niet die keer dat Paul contact met hem probeerde op te nemen na een interview van Philip met Yoko Ono. Toen Philip jaren later de biografie voor John Lennon ging schrijven, vroeg hij of Paul per e-mail een aantal vragen wilde beantwoorden. Hij verzekerde Paul dat het dit keer geen anti-Paul boek zou worden. Tot zijn verrassing beantwoordde Paul inderdaad al zijn vragen. Philip Norman kreeg steeds meer zicht op het muzikale genie dat Paul McCartney was, besloot uiteindelijk de stoute schoenen aan te trekken en de biografie over Paul te gaan schrijven. Hij vroeg Paul om z'n stilzwijgende toestemming hiervoor, waardoor deuren voor hem geopend zouden worden die voor anderen tot dan toe gesloten waren gebleven. Het leverde in 2016 deze dikke pil van bijna 900 bladzijden op, een geweldige biografie van één van de grootste muzikale talenten aller tijden.
9. World Impressionisme - diverse schrijvers (1990)
Dit rijk geïllustreerde boek op tafelformaat uit 1990 plaatst in ruim 400 bladzijden de Impressionistische beweging van eind 19e eeuw in wereldwijde context. In 13 essays vertellen kenners over de Impressionistische ontwikkeling en schilders in respectievelijk Frankrijk, USA, Groot Brittannië, Canada, Australië, Japan & verre oosten, Italië, Spanje & Latijns Amerika, Nederland & België, Scandinavië, Zwitserland, Oostenrijk & Duitsland en Rusland & Oost Europa. Het boek is een ware schatkamer voor de liefhebber, want ieder land kent vanuit die bloeiperiode toonaangevende ook schilders die buiten die landen nauwelijks bekend zijn. Bijzonder om te zien hoe 'connected' de wereld toen toch eigenlijk ook al was. Want de inspiratie van dit nieuwe schilderen dat in Frankrijk ontstond, verspreidde zich snel over de hele wereld, tot in het verre Australië aan toe. En in ieder land waren er getalenteerde schilders die er hun eigen signatuur mee vormgaven. In mijn brede verzameling kunstboeken over Impressionisme mag dit boek daarom zeker niet ontbreken in deze top 10.
10. De Jeugd van Jezus - Jacob Lorber
Na mijn lofuiting over 'Het Grote Johannes Evangelie' van Jacob Lorber op de eerste plek in deze Top 10, mag dit boek 'De Jeugd van Jezus' natuurlijk ook niet ontbreken. Dit boek was voor mij namelijk de richtingaanwijzer naar dat 10-delige evangelie. Onder het laatste hoofdstuk uit deze 'De Jeugd van Jezus' staat namelijk in de enige voetnoot die het boek kent, dat ook in 'het Grote Johannes Evangelie' enkele episoden uit de jeugd van Jezus te lezen zijn. Zo kwam van het één het ander. Ook dit losse boek werd door een innerlijke stem aan Jakob Lorber gedicteerd. Zijn bijnaam werd niet voor niets 'schrijfknecht van God'. Vanaf 22 juli 1843 schreef Jacob dagelijks de teksten voor dit boek, zoals hij ze in zijn binnenste hoorde uitspreken. 'De Jeugd van Jezus' start vanaf het moment dat Maria bij Jozef kwam wonen en loopt door tot het moment dat de 12-jarige Jezus in de tempel werd gevonden. Die laatste gebeurtenis kennen we uiteraard vanuit de bijbelse evangeliën van Mattheüs en Lukas. Dit boek is geschreven vanuit het perspectief van Jakobus, één van de zonen van Jozef. 'De Jeugd van Jezus' is net als 'Het Grote Johannes Evangelie' naar taal zeer toegankelijk geschreven. Voor hen die het kunnen aanvoelen omvat ook dit boek een waardevolle schat aan lichtende kennis. Het boek omvat 300 korte hoofdstukken, waarbij ik die laatste twee echt vaak heb herlezen. Die vormen namelijk het zicht op de ontbrekende brug tussen zijn 12e en 30e jaar, met een prachtige diepe levenswijsheid als lichte kern.
Tijd vol verandering
Realiseer je dat het impressionisme niet geheel toevallig in een tijd vol grote (maatschappelijke) veranderingen ontstond. Het was de tijd van de industrialisatie. De Stoommachine, fabrieken verrezen, gebruik van staal nam een grote vlucht. Het spoornet werd aangelegd, waardoor dagtoerisme ontstond. Onder supervisie van architect Haussmann werd het oude Parijs gesloopt en herrees een nieuwe mondaine stad, vol brede boulevards, ruimte, openheid en lichte kleuren.
Het zat ook in kleinere dingen, die tijd vol verandering. Tot voor kort waren er alleen ronde verfkwasten. Door toepassing van het metalen verbindingsstuk, zoals wij dat als vanzelfsprekend kennen, ontstond een plattere verfkwast. Hierdoor werd een andere vorm van schilderen mogelijk. Een andere uitvinding die grote impact had op de nieuwe schilderkunst was die van de verftube. Schilders voor hen waren letterlijk gebonden geweest aan zijn atelier. Met verf in tubes en een inklapbare schildersezel konden ze schilderden op iedere locatie: plein-air. En wat ze in eerste instantie schilderden was de vooruitgang, het nieuwe straatbeeld. Treinen, nieuwe bruggen en plaatsen buiten Parijs. Zoals Argenteuil, verderop aan de Seine, dat met de nieuwe stoomtrein bereikbaar werd.
Het zat ook in kleinere dingen, die tijd vol verandering. Tot voor kort waren er alleen ronde verfkwasten. Door toepassing van het metalen verbindingsstuk, zoals wij dat als vanzelfsprekend kennen, ontstond een plattere verfkwast. Hierdoor werd een andere vorm van schilderen mogelijk. Een andere uitvinding die grote impact had op de nieuwe schilderkunst was die van de verftube. Schilders voor hen waren letterlijk gebonden geweest aan zijn atelier. Met verf in tubes en een inklapbare schildersezel konden ze schilderden op iedere locatie: plein-air. En wat ze in eerste instantie schilderden was de vooruitgang, het nieuwe straatbeeld. Treinen, nieuwe bruggen en plaatsen buiten Parijs. Zoals Argenteuil, verderop aan de Seine, dat met de nieuwe stoomtrein bereikbaar werd.
Eduard Manet, Railroad (1873)
Claude Monet, Railway Bridge at Argenteuil (1873)
Claude Monet, Regatta at Argenteuil (1872)
Pierre Auguste Renoir, the Great Boulevards (1875)
Gustave Caillebotte, Pont de l'Europe (1882)
Camille Pissarro, Boulevard Montmartre Spring (1897)
Abonneren op:
Posts (Atom)








































.jpg)

.jpg)
.jpg)
.png)